De zondaars ( co auteur: Kjell Zillen)

15-07-2014 20:14

Er werd Russisch gesproken, een dialect dat ze moeilijk kon volgen. Het was donker en warm, haar lijf was nat van het zweet. Anna kon niet staan en nauwelijks bewegen. Angstvallig zocht ze haar rugzak.

Niets!

De herinnering uit de bus leek opeens ver weg, toch proefde ze nog de smaak van angst in haar mond. Scherp en bitter, als dat van metaal. Waar waren Dagmar, Zoë en Mary, vroeg ze zich af en merkte toen pas dat ze in haar mond een stoffen doek had. Een stuk tape, dat om haar hoofd zat gebonden, hield de doek op zijn plek. Met haar vingertoppen tastte ze voorzichtig het materiaal waar ze op lag. Het was hout, de nerven gleden onder haar vingers door. Het leek een soort kist. De angst nam toe!

De stemmen kwamen dichterbij. Ondanks dat ze wel een aantal woordjes Russisch sprak kon ze niet verstaan wat er werd gezegd. Het waren mannen, twee, drie, misschien wel meer.

Zware voetstappen kwamen haar kant op. Haar hart begon sneller te kloppen. Een van de mannen kon ze verstaan. Zijn  donkere stem zei iets over de laatste kist. Haar kist?

Ze werd plotseling heen en weer geschut. Door een kleine spleet, ter hoogte van haar hoofd scheen een fel licht. De kist kraakte en piepte als een oude deur uit een griezelfilm, terwijl de lichtstraal breder werd. Het brandde in haar ogen en de duisternis leek opens prettiger. Veel prettiger. Het opkomende licht onthulde niet in welke nachtmerrie ze was beland. Toch moest ze, en misschien was dat haar nieuwsgierige en donkere kant wel, weten waar ze zich precies bevond.

De met TL-lampen verlichte ruimte brandde op haar netvlies toen de deksel van de kist werd gehaald. In het centrum van licht was een gezicht van een man zichtbaar. Zijn donkere ogen, waar enorme wallen onder hingen, keken haar keurend aan. De man had een smerige, zwarte baard, waar enkele haarbundels aan elkaar waren geklit. Met zijn tong likte hij door zijn warrige snor. De geur van zijn adem, die naar zware shag en vis rook, kwam haar als een gifwolk tegemoet. De ruimte leek een mengelmoes te zijn van een abattoir en een aftands postkantoor, met gescheurde, papieren tijdschema's op gebroken witte muurtegels. 

De Rus trok haar vest open en sneed met een scherpe briefopener haar bh-bandjes kapot. Glimlachend keek hij naar haar borsten. Door de kou waren haar tepels hard geworden en de man bekeek ze alsof het twee pareltjes waren die blonken in de avondzon. 

“De eto voor Petr” zei de man in het Russisch. Wat bedoelde hij daarmee, deze is voor Pjotr? Bedoelde hij haar hiermee?

Ze probeerde zich te verzetten, maar de touwen om haar lijf hielden haar stevig op haar plaats. De paniek sloeg haar om het hart. Het drukte als een zwaar voorwerp op haar borst.

Vanachter de man hoorde ze iemand hard lachen en iets roepen over mollige vrouwen, waarna de man haar borsten stevig vastpakte. Ze wilde gillen maar door de stoffen lap was alleen een hoog piepend geluid hoorbaar.

“Gustoy i vkusnyy,” riep de man met een brede grijs op zijn gezicht. Dik en lekker, was het eindoordeel.

Vervolgens pakte hij iets wat op een stempel leek. Het had een doorsnee van een twee euromunt en drukte deze op het inktkussen.

“Gustoy i vkusnyy,” zei hij glimlachend, waarna de stempel hard op haar voorhoofd terecht kwam.

De kist werd weer gesloten en de duisternis kwam haar wederom tegemoet. Er klonken twee harde klappen. Ook de kist waarin ze lag werd bestempeld. Haar lot was bezegeld. De toekomst was onzeker, maar de dood klonk op dit moment als een waar geschenk.

 

Anna's avontuur was anderhalve week eerder als een droom begonnen. Via een internationale instelling had ze voor drie maanden werk gevonden in Rusland als Au pair bij een rijk gezin in de plaats Doedinka. Samen met een aantal andere meiden reisden ze af naar Rusland. Mary en Zoë uit Engeland en Dagmar afkomstig uit Panne in België.

Ze hadden elkaar ontmoet op het station van Brussel en gingen met zijn vieren op weg richting Moskou. De instelling waar ze zich had ingeschreven had er voor gezorgd dat de meiden samen de verre reis konden maken, want dit was, zoals ze zelf zeiden, een stuk veiliger en aangenamer.

Tijdens de treinreis leerden ze elkaar beter kennen en er ontstond zelfs al een soort van vriendschap, met name tussen Anne en Dagmar. Het klikte meteen en het leek alsof ze elkaar al jaren kenden. De meiden, allemaal rond de eenentwintig hadden net een studie achter de rug en wilden een jaartje wat anders gaan doen.

Toen de vier aankwamen in de Russische hoofdstad was het alsof ze al weken bij elkaar waren. Al giechelend zochten ze de juiste aansluiting naar Norilsk. Het beetje Russisch wat Anne sprak kwam goed van pas om net op tijd de juiste trein te halen.

Anne genoot van elke minuut. Ze vond het geweldig om mee te maken en Russisch te praten. Het afgelopen jaar had ze een cursus gevolgd, speciaal voor deze trip. Al enkele jaren had ze Rusland op haar verlanglijstje staan om ooit nog eens te bezoeken. Nu was het dan zover en kon ze niet geloven dat het daadwerkelijk gebeurde. Het reizen, mensen leren kennen en op je eigen benen staan maakte deze reis nu al tot een succes. Ze werd volwassen en was er klaar voor. Het jonge, ietwat mollige meisje uit Schagen werd een vrouw.

In Norilsk veranderde de sfeer. De stad was vies en had een grimmige uitstraling. De inwoners keken nors en het was alsof elke kleur uit hun leven was verdwenen. Al het goede van het leven leek bij deze mensen niet aanwezig te zijn. Anne keek verbaasd naar Dagmar. Hadden ze de juiste keuze gemaakt, vroegen ze zich beiden af.

Een stuk onzekerder zochten ze de bus die hen naar Doedinka zou brengen. De avond begon te vallen en de koude wind deed zijn werk. Het was dan wel zomer, maar de temperatuur lag net iets boven het vriespunt. Anne voelde zich meer en meer een zelfstandige reiziger, ver weg van de alledaagse rompslomp thuis.

De juiste bus was echter in geen velden of wegen te bekennen. De andere drie keken bezorgd. Alleen Anne leek zich meer op haar gemak te voelen.

Bijna een uur lang stonden ze te wachten, terwijl het donker begon te worden en de snijdende wind door hun kleding gierde. Net op het moment dat de paniek bij Dagmar en Zoë toesloeg kwam er een versleten bus aanrijden. De deur ging open en een vriendelijk uitziende buschauffeur wenkte hen om in te stappen.

Anne nam plaats naast Dagmar, achterin de bus. Zoë en Mary gingen voor hen zitten. De bus zette zich in beweging. Anne haalde opgelucht adem.

Nog geen tien minuten later stopten ze bij een verlaten halte. Daar stonden vier mannen te wachten. Anne zag ze staan, haar hart klopte opeens in haar keel. Een vreemd gevoel kwam bij haar op. De opluchting van eerder verdween als sneeuw voor de zon. Een koude rilling gleed over haar rug toen ze de gezichten van de mannen zag. Alle vier hadden ze rode vlekken in het gezicht, dat het meest leek op een rare huidaandoening. Hun haar was lang, wit en vlassig, alsof het een versleten pruik droegen. De voorste man had tranen in zijn ogen en een smerige grijns op zijn gezicht. Een grijns die Anne deed huiveren tot op het bot. Ze hielden een flesje en een lap stof vast. De inhoud van het flesje werd over de stof besprenkeld. Haar hand pakte die van Dagmar vast, om enigszins ondersteuning te zoeken. Ze merkte dat ze beiden bang waren voor wat er ging gebeuren. Twee mannen gingen bij de plek staan waar zij en Dagmar zaten. De andere twee liepen naar de plek van Mary en Zoë. Anne wilde opstaan, maar de man met de waterige ogen pakte haar vast bij haar schouder. Toen gebeurde het. De nachtmerrie die haar tot aan haar dood zou achtervolgen begon nu pas echt. Het stuk stof kwam op haar af en werd over haar mond en neus gedrukt. Vanaf dat moment werd alles zwart en wenste ze diep in haar hart dat het altijd zo mocht blijven.

 

De eenzame doodse vlakte was bedekt met een dik pak sneeuw. Anne keek uit het raam. De winter maakte haar nog eenzamer en treuriger. Ze zat hier nu ongeveer een maand of twee, maar kon dat niet met zekerheid zeggen. Elke vorm van tijdsbesef was niet aanwezig in het kleine houten huisje midden op de toendra. Geen klok, kalender of iets wat de tijd of datum aangaf. Ze was afhankelijk van het ritme van de dag.

s' Ochtends werd ze door Pjotr gewekt, waarna de dag kon beginnen. Na het karige ontbijt vertrok Pjotr, waarna ze met het huishouden begon. Boenen, schrobben en de was doen. Elke dag was hetzelfde. Als Pjotr weer thuis kwam kreeg ze haar kleren om buiten hout te gaan hakken. Na het avondeten en afwassen werd ze opgesloten in haar kamer, of erger...

Het zou pas ophouden op het moment dat ze niet meer nodig was als slaaf van een groep starre Russen van de toendra. Greshnikov noemden ze zich zelf; De zondaars. Vijf mannen die na jarenlange trouwe dienst als leiders van de nikkelfabriek besloten om hun leven drastisch te veranderen. Aangetast door de chemicaliën en eenzaamheid vertrokken ze naar de vlaktes en bouwden daar hun huizen. Elk tientallen kilometers van elkaar verwijderd. Ze hadden vrouwen nodig om het huishouden te doen, terwijl zij op jacht gingen naar eten. Daarom zetten ze een netwerk op om jonge West-Europese vrouwen hun kant op te krijgen.

Enkelen hadden in het verleden al geprobeerd weg te komen, maar zonder resultaat. Hun paspoorten en kleren waren verbrand. Binnen in het hutje waren ze alleen gekleed in een driekwart linnenbroek en een T-shirt. Warme kleren die hen zouden kunnen beschermen tegen de kou van buiten, zaten veilig opgeborgen achter slot en grendel. Het was onmogelijk om te ontsnappen.

Of toch niet?

Vaak had ze deze gedachte gehad, maar nooit echt serieus over nagedacht. Het kon niet! Het mocht niet! Haar geest liet het niet toe, want wat had het voor zin? Het leven dat ze had gehad was weggevaagd. Verdwenen in het verleden en zou nooit meer terug keren. Uitgegumd door een stel Russen dat hun eigen normen en waarden erop nahield. Toch, diep in het binnenste van haar ziel, zocht ze naar de mogelijkheden.

 

Via de radio kwam er een bericht binnen. Pjotr liep naar de radio en begon te praten. Anne kon niet goed volgen wat er aan de hand was maar ze kon aan zijn stem horen dat er iets mis was.  Het woord Akhota kon ze onderscheiden. Het betekende jacht, maar wat bedoelde hij daarmee?

De verbinding werd verbroken en gehaast liep Pjotr door het huis en verzamelde allerlei spullen. Zijn geweer, een kapmes en een jutezak met allerlei soorten touw stopte hij in zijn rugzak. Hij keek haar bezorgd aan en heel even werd zij dat ook. Een fractie van een seconde voelde ze zijn angst. De angst om haar te verliezen. Toen draaide hij zich om en ging weg. De angst was terecht...

 

Pjotr had een fout gemaakt. Systematisch had hij zijn handelingen gedaan voor zijn vertrek, maar door de angst die hij blijkbaar voelde was hij vergeten de sleutel van de kast waar de warme kleren in zaten mee te nemen.

Vol ongeloof keek Anne naar het voorwerp waardoor ze haar vrijheid zou kunnen terugkrijgen. Dat kleine stukje in haar geest had opgelet en nu stond ze voor de keus om het te proberen.

Misschien wel minuten staarde ze naar de sleutel. Een klein stukje metaal, het stelde niets voor, maar toch was het iets groots. Ze realiseerde zich wat het betekende en toen was er geen keus meer. De mogelijkheid tot vrijheid hield ze op dat moment vast. Dit was haar kans. Snel liep ze naar de metalen kast waarin de kleding verborgen zat. Gedreven door verbazing en ongeloof trok ze alles aan. Vervolgens pakte ze uit de keukenla een mes. De kans was klein dat ze het zou overleven en elke mogelijkheid om die kans te vergroten moest ze benutten. Nu moest het gebeuren!

Of toch niet?

Het was de angst voor het onbekende wat op haar afkroop als een spookachtige, harige spin uit een vergeten griezelfilm. Het maakte haar bang. Intens bang. Wilde ze haar leven op het spel zetten voor de vrijheid?

Ja!

Ze maakte zich klaar om te vluchten, maar het noodlot leek weer op haar af te komen. Bij de voordeur zag ze Pjotr in de verte aankomen. Verschrikt keek ze naar het silhouet wat haar kant op kwam. Het was Pjotr, daar was geen twijfel over mogelijk. Misschien was hij er achter gekomen dat hij de sleutel was vergeten. Als een ijsbeeld bleef ze staan.

Geef nog niet op Anne. Geef nog niet op!

De angst werd verdreven en de vechtlust keerde terug. De adrenaline begon weer te stromen en ze rende ze naar de achteringang. Behendig forceerde ze het slot met een spade die naast de deur stond en trotseerde de tegemoetkomende kou. Het sneed in haar gezicht als tientallen messen. De pijn schakelde ze uit en stapte naar buiten.

Zo snel als ze kon ging ze het gevecht aan met de bijna één meter hoge sneeuwlaag. De kou trok door haar hele lichaam en deed haar tere lijf haast verlammen. Toch ging ze door. Al het gevoel had ze uitgeschakeld. Stap voor stap, steeds sneller en sneller, want er was maar een ding wat nu nog telde: weg uit deze nachtmerrie! Dit was haar kans en die zou ze niet door haar vingers laten glippen. Ze wilde vrij zijn en niet meer dienen als een slaaf van  een man van wie ze vreemd genoeg iets voor begon te voelen.

Vergeet hem! Vergeet hem voor altijd! Schreeuwde haar ziel, maar ze wist dat het onmogelijk was. Ze bleef zijn robuuste, haast griezelige gezicht voor zich zien en ze wist dat ze deze nooit meer zou kunnen wissen. Toch moest ze door en het groteske beeld van Pjotr proberen ze vergeten.

 

Hoe lang ze door de sneeuw ploeterde wist ze niet. Het konden minuten zijn, uren, misschien wel dagen. Het enige wat tot haar doordrong was dat ze moe was en dat haar lijf weigerde dienst te doen. De kou drong door tot in haar binnenste. Al haar spieren en botten waren verkleumd of verkrampt. Ze werd overweldigd door een tintelend gevoel dat over haar hele lijf voelbaar was.

De zon ging onder en ze kon niet meer. Ze moest stoppen, anders zou ze bezwijken. Anne graaide met haar laatste krachten door de sneeuw en maakte een kuil voor haar zelf.  Hier zou ze slapen. Ze moest rusten, anders was het over. Vermoeid ging ze liggen en bedekte haar lichaam met een dikke laag sneeuw. Ze staarde naar de veelkleurige hemel en was totaal uitgeput. Ze sloot haar ogen en dacht aan thuis op de bank liggen. Een kop warme thee in haar handen geklemd. Langzaam viel ze in slaap. In de verte hoorde ze Russisch. Een dialect dat ze moeilijk kon volgen...

Fotogalerij: De zondaars (met Kjell Zillen)